![]() |
||
|
Home Wie zijn wij Testen aanvragen Huisarts testen aanvragen Microflora Darmklachten Verzamelen ontlasting Vragenlijst darmklachten Cursusdagen Literatuur Artsen Veelgestelde vragen Contact Disclaimer In het nieuws Inloggen |
De EHEC bacterie: wat is het? - Geplaatst: 31-05-2011, 10:42 uur.Op 25 mei 20101 heeft de Duitse overheid heeft de waarschuwing uitgebracht geen tomaten, komkommers en sla uit Noord-Duitsland te eten. Vermoedelijk zijn die groenten de oorzaak dat zo'n 600 mensen klachten hebben die lijken op besmetting met darmbacterie EHEC, een type E.coli-bacterie. Het RIVM heeft artsen gevraagd alert te zijn op verschijnselen die bij de besmetting horen. De infectie zorgt voor hevige diarree, braken, buikpijn en kan ernstige schade aan de nieren veroorzaken.
Wat is EHEC: Op basis van klinisch beeld, epidemiologische karakteristieken en virulentiefactoren worden diarreeveroorzakende E. coli bacteriën ingedeeld in 6 verschillende groepen:
► Enteropathogene E. coli (EPEC)
► Eteroinvasieve E. coli (EIEC)
► Enterotoxigene E. coli (ETEC)
► Enteroaggregatieve E. coli (EAEC of EAggEC)
► Diffuus-adhererende E. coli (DAEC)
► Enterohemorragische E. coli (EHEC)
De laatste groep, de EHEC, behoort tot de zogenaamde shigatoxineproducerende E. coli (STEC), ook wel aangeduid als toxine-producerende E. coli (VTEC).
De meest voorkomende STEC is E. coli O157: H7 (vaak afgekort tot E. coli O157). Wanneer er gesproken wordt over een ‘E. coli’ epidemie of ‘E. coli’ infectie wordt E. coli O157 bedoeld.
Ziekteverschijnselen: Escherichia coli O157:H7, een serotype dat Shiga-toxinen vormt kan ook bloedige diarree veroorzaken, een hemorragische colitis. Hemorragische colitis wordt gekarakteriseerd door het plotselinge optreden van heftige buikkrampen, soms met braken, veelal zonder koorts. In sommige gevallen ontstaat het hemolytisch-uremisch syndroom, waarbij de nieren worden aangetast; 2-7% van de met STEC geïnfecteerde personen ontwikkelt hemolytisch-uremisch syndroom. Bij geïnfecteerde kinderen jonger dan 5 jaar kan dit oplopen tot 15%. Een risicofactoren voor het ontwikkelen van het hemolytisch-uremisch syndroom is een leeftijd onder de 5 jaar of boven de 65 jaar.
Duur: De incubatieperiode voor diarree bedraagt meestal 3 of 4 dagen, tot zelfs 12 dagen; 24 uur na besmetting volgt waterige diarree. Typerend voor STEC is dat de diarree 1 tot 3 dagen na start bloederig wordt. De klachten duren 2 tot 9 dagen (gemiddeld 4 dagen) en gaan meestal vanzelf over; 17 dagen na aanvang van de klachten kan nog E. coli worden uitgescheiden.
Diagnostiek: In de routinediagnostiek wordt E. coli O157 niet herkend tussen andere E. coli-stammen in fecesmonsters. Er zijn verscheidene testen ontwikkeld, zoals ELISA’s en recentelijk real-time PCR-methoden die de bacterie wel kunnen herkennen.
Bron:
- http://www.gezondheidsnet.nl/diarree-en-ontlasting/artikelen/5065/feiten-en-fabels-over-diarree-
- Migula, W. 1895 in Engler, A. and K. Prantl (eds). Die Naturlichen Pfanzenfamilien, W. Engelmann, Leipzig, Teil I, Abteilung Ia. pp. 20–30;
- Castellani, A. and A.J. Chalmers. 1919. Manual of tropical medicine. 3rd ed. Williams, Wood and Co., New York.
Recividerende buikpijn bij kinderen: wat kan het zijn? - Geplaatst: 31-05-2011, 10:36 uur.
Bij een onderzoek onder 220 kinderen met recidiverende buikpijn werd er gezocht naar de oorzaken van die buikpijn. Het doel was om de klinische bevindingen en laboratoriumuitslagen te analyseren.
De testen: De testen betroffen Helicobacter pylori, bacteriële infecties, protozoa, markers voor coeliakie, koolhydraten malabsorptie en voedselintoleranties. Een echografie en röntgen-foto werd van de buik gemaakt.
Geëvalueerd werd de leeftijd, de gestandaardiseerde anamnese, lichamelijk onderzoek en laboratoriumonderzoek. De gegevens werden vergeleken met een controle groep chirurgische patiënten .
Resultaten: Bij 88% van de patiënten werden afwijkingen gevonden die mogelijk de klachten veroorzaken. Protozoa waren aanwezig in 33% van de patiënten, meestal Dientamoeba fragilis. De bacterie Yersinia enterocolitica werd bij 12% gevonden, Helicobacter pylori bij 11%. Bij 36% was er op basis van de buikoverzichtsfoto verdenking van constipatie.
Een gestandaardiseerde work-up bij chronische darmklachten bij kinderen levert in een zeer hoog percentage resultaten. De klinische betekenis van deze bevindingen moet nog worden vastgesteld.
Bron: Gijsbers C, Benninga M, Büller H. Juliana KinderZH, 2011 Clinical and laboratory findings in 220 children with recurrent abdominal pain. AMC, Amsterdam, EMC, Rotterdam. Acta Paediatr. Jan 27. doi: 10.1111/j.1651-2227.2011.02179.x.
Strongyloidiasis: wat is het? - Geplaatst: 31-05-2011, 10:32 uur.
Strongyloides behoort tot de rondwormen. De larven die via ontlasting in de grond terechtkomen, kunnen zich binnen 48 uur tot infectieuze larven ontwikkelen. De larven kunnen bij contact de huid binnendringen, via het bloed in de longen terecht komen vanwaar de larven worden opgehoest en ingeslikt. In de dunne darm ontwikkelt zich een volwassen worm die ongeveer 0,2 cm lang is. De vrouwelijke worm produceert eieren waaruit nieuwe larven komen. Wormen van het geslacht Strongyloides fuelleborni en de vaker voorkomende S. stercoralis infecteren naar schatting wereldwijd 30 tot 100 miljoen mensen.
S. stercoralis infecties variëren van asymptomatisch of licht tot chronische symptomatische strongyloidiasis. Door massale vermenigvuldiging kan een heftige infectie ontstaan, die potentieel levensbedreigend is doordat de larven zich kunnen verspreiden tot in alle organen. In Vietnam, Cambodja en Laos is de ziekte endemisch met een lage prevalentie, terwijl delen van Brazilië en Centraal Amerika een hoge prevalentie hebben. Strongyloidiasis komt in Afrika in lage frequenties voor.
Diagnose: Laboratoriumresultaten zijn meestal niet specifiek.
Bloedonderzoek kan intermitterende eosinofilie (vooral in de acute fase), anemie, hypocholesterolemia, hypoalbuminemie of en verhoogde serum Ig-E-concentratie aantonen.
Bij chronische ziekte duidt eosinopenie en lage IgE-gehaltes op een slechte prognosis.
Ontlastingsonderzoek: de diagnose wordt gesteld door het aantonen van larven in de ontlasting. Echter, de diagnostische opbrengst van een enkel monster is ongeveer 30%, in feite moet het onderzoek ten minste 5 maal op verschillende tijdstippen worden herhaald.
In een onderzoek onder reizigers werden reizigers getest voor en na de reis. Bij 112 van de 1207 proefpersonen werden afwijkingen gevonden: schistosomiasis in 2,7%, strongyloidiasis bij 2,4%, filariasis in 3,4%, en toxocariasis bij 1,8%. De positief voorspellende waarde van eosinofilie voor de diagnose was 15% voor eerdere infectie en 0% voor recente infectie. Geen van de symptomen bestudeerd had een positief voorspellende waarde. Uit het onderzoek blijkt dat: Bij een kort verblijf is de kans op besmetting zeer klein. Langdurig verblijf vergroot de kans op besmetting. Dit treedt vooral op bij personen met een verminderde afweer.
Bron:
- Swaytha Ganesh, MD1 and Ruy J. Cruz, Jr, MD, PhD Strongyloidiasis A Multifaceted Disease Gastroenterol Hepatol (N Y). 2011 March; 7(3): 194–196
- Baaten GG, Sonder GJ, van Gool T, Kint JA, van den Hoek A. Travel-related schistosomiasis, strongyloidiasis, filariasis, and toxocariasis: the risk of infection and the diagnostic relevance of blood eosinophilia. BMC Infect Dis. 2011 Apr 5;11:84.
|
|
| MGlab&Advies B.V. - www.mglab.nl Telefoon: 058 21 20 025 - Fax: 058 21 22 034 - E-mail: info@mglab.nl - KvK te Leeuwarden 01115873 |
||
| powered by TTT software | ||